VEERTIG JAAR DE WAAIER
Op 4 september zal het veertig jaar geleden zijn dat multifunctioneel centrum De Waaier plechtig werd ingewijd door de bisschop van Haarlem, Theodorus Zwartkruis. Penningmeester van het parochiebestuur was destijds Heinz Roelofs (92). Samen met pastoor Nico Stolwijk (voorzitter), Frits van Turenhout (secretaris) en Ben Lochtenberg (lid) was hij nauw betrokken bij de aanloop naar die gebeurtenis. Met een opvallend geheugen voor bedragen haalt hij op zijn seniorenflat herinneringen aan die stichtingsjaren op.Het begin
“We hadden op het circusterrein aan de Diependaalselaan een noodkerk. Die was neergezet door pastoor J. Nieuwenhuys van de Clemens. Hij zag die barak als kiemcel voor de achtste Hilversumse parochie, toegewijd aan Sint Jan de Evangelist. De verzelfstandiging kreeg gestalte met de benoeming van pastoor Stolwijk tot bouw-pastoor in 1964. Die begon met het samenstellen van een kerkbe-stuur. Via mijn vrouw vroeg hij mij voor het penningmeesterschap.
In mijn werkzame leven was ik accountant bij het ministerie van Economische Zaken. Voordat ik inging op zijn verzoek stelde ik wel twee eisen. De eerste was dat het kerkbestuur over de financiën zou gaan en niet de pastoor, want dat gaat altijd fout. De tweede was dat de pastoor een vast salaris zou genieten zodat hij niet afhan-kelijk zou zijn van giften. Zo werd Stolwijk de eerste geestelijke in het dekenaat met een vast salaris. De andere bestuursleden waren Frits van Turenhout en Ben Lochtenberg. Vergaderen deden we bij Lochtenberg thuis. De wijnbevlekte notulen van die besprekingen moeten zich in het archief bevinden. Wat ons bezig hield was de vraag: ‘Moet je nog wel een kerk bouwen?’ Al eerder waren de Verrijzenis en de Willibrord in Hilversum gebouwd. We hebben met dominee Van der Steen van de Bethlehemkerk overlegd of we ook van die ruimte gebruik konden maken. De Bethlehem ’s zondags om 10.00 uur en de Sint Jan om 12.00 uur, zoiets. Van der Steen was wel gecharmeerd van die gedachte. Maar de kerkeraad dacht daar heel anders over. Dáár hadden de gemeenteleden hun geld niet voor geofferd. Binnen het parochiebestuur leefde wel de gedachte dat een kerk alleen voor het weekend onverantwoord was. Het moest een multifunctioneel centrum worden. In de kelder zou een bowling komen en waar nu het dekenaatsgebouwtje staat, was een midgetgolfbaan gedacht.”
Het geld
“Via het bouwbureau van het bisdom kwamen we in contact met de architect Antoon van Kranendonk. Wij hebben ons plan van eisen aan hem voorgelegd. Vanaf het begin hebben we hem gelimiteerd tot 700.000 gulden. Wij stonden op het standpunt om niet de generatie na ons met een ondraagbare last op te zadelen. Hilversum had een eigen kerkenbouwfonds, dat iedere zondag gevoed werd met de opbrengst van de tweede collecte. Uit dat fonds kregen we drie ton. Door bemiddeling van deken Schlütke konden we bij de KRO een annuïteitenlening afsluiten van drie ton met een terugbetaaltijd van dertig jaar. Van de Vitus werd een ton geleend. Dat ging overigens niet erg van harte. ‘Jullie zijn eigenlijk een horecabedrijf’, kregen we daar te horen. Dan was er nog een behoorlijk legaat van een parochiaan. Dat bedrag heb ik kunnen beleggen tegen 8%. Je had in die tijd nog subsidie van het Rijk voor kerkebouw; de hoogte daarvan was gebaseerd op het aantal zitplaatsen. Het bouwbureau van het bisdom heeft die subsidie voor ons aangevraagd. Wij moeten de laatsten zijn geweest die van die regeling hebben geprofiteerd. Spoedig daarna kwam die subsidie te vervallen.”Het ontwerp
“Ik herinner me de eerste presentatie van Van Kranendonk. Prachtig. Maar er hing een prijskaartje aan van 1.700.000 gulden. Eén miljoen meer dan we hem als uiterste grens hadden opgegeven. ‘Doe dat boek maar dicht’, zei ik hem, ‘dan praten we later opnieuw’. In die tijd gingen we met het bestuur en de architect naar moderne kerken kijken. In de ideefase bezochten we kerkgebouwen in Malden, Nijmegen (de Boskapel) en Eindhoven. Uiteindelijk kwam Van Kranendonk met een ontwerp van 1.011.000 gulden. Gebogen over de tekening vroeg pastoor Stolwijk nog: ‘Waar is nu de biechtstoel?’ Daar was niet in voorzien. Bij ons bezoek aan die kerk in Eindhoven had ik daar de deur van de biechtstoel opengetrokken. Daar stonden: een stofzuiger, wat bezems en drie in elkaar gestapelde emmers.
De aannemer kwam uit Noord-Holland. Die naam ben ik vergeten.”De opening
“ De opening stond gepland op 4 september 1970, een zaterdag. Bij het naderen van die datum steeg de spanning of het project op tijd gereed zou zijn. Half augustus was het terrein om de kerk nog een zandvlakte. Pastoor Stolwijk kon die spanning niet langer aan.
Op voorstel van Ben Lochtenberg hebben we hem de laatste twee weken laten opnemen in het ziekenhuis. De dag voor de opening werd hij daaruit ont-slagen. Van de weg naar de kerk was een provisorisch klinkerpad aangelegd. Enfin, alles is op zijn pootjes terecht gekomen. Op die zaterdag zat de kerk met 550 zitplaatsen afgestampt vol. Sommigen aanwezigen moesten staan. Frits van Turenhout in zijn natuurlijke rol van ceremoniemeester excuseerde zich daarvoor nog in zijn welkomstwoord. Maar hij voegde daaraan toe: ‘Ik beloof u, als u volgende week komt, heeft u vast en zeker een stoel.’
Bisschop Zwartkruis wijdde de kerk in. Na afloop receptie. Wij als parochiebestuur in jacket. Ik had geregeld dat de volgende dag monseigneur Nierman voorging, de oud-bisschop van Groningen.
Hij was toen al met emeritaat en woonde in Lage Vuursche.
Na afloop zeiden we als bestuursleden tegen elkaar: ‘Als we nog eens een kerk bouwen, weten we precies hoe het moet.’”
Henk Streng